In den beginne, was er een alcoholminnende groep mensen. We keken elkaar recht in de ogen, en wisten het meteen. We gaan het weer meemaken, een onvergetelijke nacht. Zo’n nacht die een plaats verdient in de kronieken der epischiteit. De voortekenen zijn er, en die dienen we niet te negeren. Het bier rolt met liefde over de tong, het zachtjes kussend terwijl ze haar pad vervolgt. Het streelt de slokdarm galant, en glijdt vervolgens soepel de maag binnen.
Een niet gering aantal bierflesjes maken de ooit lege tafel onzichtbaar. Het geeft niets. Ons alcoholisme hoeven we niet voor elkaar te verbergen. Hoe zou dat ook ooit kunnen? Onze dorst naar bier is één die niet makkelijk te stillen is, en die we niet onder stoelen of banken steken. Menig berg verzetten we om zo’n groen of bruin flesje in onze hand te kunnen houden.
Met een ontevreden blik drinkt één van ons het laatste flesje leeg. Altijd loopt een ander nog naar de koelkast, om te kijken of het echt waar is. In zijn verbeelding ligt er altijd nog eentje, ergens achteraan. Met een zure frons constateert ook hij dat dit ijdele hoop is geweest. Een aantal van ons hebben op dat moment het strijdtoneel al verlaten. Maar niet wij, nee. Al luidt de wekker morgen vroeg, we zullen proosten.
Gelukkig is er nog een voorraad aan alternatieve dranken, die we kunnen aanboren. Bodempjes whisky, martini, beerenburg en anderen, verkregen uit het inleveren van veertig bierkratten. Met een twinkeling in zijn ogen ziet onze langharige lullo de shaker op een plankje staan. Met onverbloemd enthousiasme giet hij de verschillende dranken bijeen, om vervolgens hevig het gevaarte te schudden. Onder normale omstandigheden zullen we dit onmiddellijk uitgebraakt hebben. Maar we verkeren in een overwinningsroes, wetende dat de nacht niet is verloren.
We lachen, luisteren muziek en brabbelen, terwijl ons gezichtsveld vredig heen en weer wiegt. Het alcoholische vergif tussen onze handpalmen drinken we met een heilig respect op. De klok nadert ondertussen de respectabele tijd die vijf uur ’s nachts is. Een tijd om afscheid te nemen, en het nest op te zoeken. Normaal gesproken dan. Gedeeltelijk is dit waar. De Bil maant ons liefdevol, maar dringend richting uitgang. Hij moet nog neukon. Die keuze dienen we te respecteren, hoezeer we ook samen met hem Keizerskronen willen nuttigen.
Keizerskronen vormen het slotoffensief van alcoholhoudende avond. De vertrouwde Ankara, nabij de Mediamarkt, wandelen we vol goede moed binnen. Een aantal fragiele plastic tassen laden we vol met halve liters, en met een ferme zwaai wandelen we door de uitgang weer de frisse buitenlucht in. Ik zal morgen weer vroeg op het werk aanwezig moeten zijn, maar dat is wel het laatste waar ik iets om geef.
Na een waggelende fietstocht, in combinatie met een paar linke bochten, struikelen we eindelijk het eindstation binnen. De Keizerskronen zijn altijd lekker gekoeld, en dus voor directe consumptie uitermate geschikt. De dobbelstenen verschijnen ten tonele, en met onvermoeibare gretigheid legen we het ene na het andere blik. Het is ondertussen half acht in de ochtend.
Hoewel ons gezichtsveld ondertussen heftig heen en weer stuitert, krijgen we onszelf zover de mobiele telefoons erbij te pakken. Het gaat er wat onhandig aan toe, maar spoedig wisselen we nummers met elkaar uit. De prankcalltijd had niet beter kunnen zijn, want het aantal geslaagde telefoontjes is groter dan ooit. De ‘airhockeyman’ bellen we, en ook de ‘posterman’ moet eraan geloven. We drijven deze onwetende marktplaatsadverteerder tot wanhoop, wanneer we keer op keer aangeven dat we bellen voor de ‘electricity-company’.
Het ultieme hoogtepunt moet echter nog aanbreken, wanneer mijn mede-nachtbestrijder iemand uit mijn telefoonlijst belt. Het gesprek kent in principe geen inhoudelijke waarde, maar levert daarentegen een legendarische term van jewelste op. Jawel, dit is de nacht waarop ‘apendingen’ is geboren.
Als ik in mijn geheugen graaf, hoor ik het hem nog zeggen. Eerst klinkt het aan de andere kant van de lijn: ‘maar wáárom bel je nu precies?’ Onze goeie, langharige vriend roept vervolgens, duidelijk in een diepe dronkenschap verkerend: ‘APENDINGEN!!’ Op een dusdanig harde manier en een dermate memorabele intonatie (de klemtoon ligt op de a), dat dit me wel door mijn waas van alcohol bij MOEST blijven. En dat doet het bij ons allen, tot op de dag van vandaag. En dat niet alleen. Tot ver in de toekomst zal ons nageslacht blijven zeggen: ‘apendingen vannacht.’
En altijd bestaat er de mogelijkheid dat de ander zegt: ‘apendingen… apendingen. Nounou, ik vind het zelf meer apundinguntjus.’ Ja, zo zal het zijn, tot het einde der dagen.
C.U.N.T.
Edited by Juul, 16 August 2011 - 02:08 PM.













